Diep weggedoken in mijn capuchon loop ik met de honden over de es. Die capuchon vangt allerlei geluiden op die normaal niet zo sterk doordringen. Geruis en gesis van verkeer. Af en toe denk ik dat achter mij een auto aankomt, kijk schichtig om. Nee, ik heb me vergist.
Het is koud, bitter koud. Alleen mijn neus en mijn vingers hebben er last van. Mijn jas is net een dekbed, daar dringt geen kou doorheen. Nikka mag los, rent zich warm. Wopke blijft aan de lijn om te voorkomen dat ik minstens een kwartier op hem moet staan wachten. Dat is in deze kou geen pretje.
De witte wereld is mooi, maar ik verlang naar het groen van het voorjaar. Ik wil met mijn handen in de aarde wroeten, met mijn neus bijna op de grond al die jonge plantjes de grond uitkijken. Alleen al daaraan denken is genieten. Je kunt het bijna met een zwangerschap vergelijken. Dat is ook lang wachten en dromen hoe het zal zijn.
Verlangens en dromen zijn in de ogen van onze grote kinderen te lezen. Toekomstdromen. De stralende ogen van Mieke spreken boekdelen. Bij die glans kunnen wij alleen maar stil gelukkig zijn. En ik klim met Michelle de zolder op: ‘Ik heb de wieg nog waar Marius in gelegen heeft,’ heb ik tegen haar gezegd. Ze wil hem zien. Het leven blijft spannend; het loopt niet altijd zoals je zou willen, niet altijd zoals je gedacht hebt, maar dromen is niet verboden, voor niemand.
Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen
maandag 15 februari 2010
maandag 11 februari 2008
Toekomst
' Kijk ik om me heen, sta ik midden in mijn leven.'
Deze woorden van ' Loesje' hebben een prominente plaats in het kleinste kamertje van ons huis. Dat heeft een reden. Het komt regelmatig voor, dat ik Loesjes uitspraak voor mezelf herhaal. Dan wil ik weten hoe de andere kant van het midden zal zijn. Nu eens zie ik een grauwe, grijze wolk, die aanvoelt als een deken waar ik niet doorheen kan. Niemand weet immers hoe de rest van zijn leven zal verlopen? Dan weer wordt het beeld helder en zie ik een actieve Hebrina, reizend, met een koffer vol boeken. Ik weet niet wat ze doet. Signeren misschien?
Het beeld blijft grijs en onduidelijk, als dagelijkse dingen me weg houden van mijn schrijverij. Dan is de andere kant van het midden een brij van onnozelheid.
Loesjes woorden wijzen me de weg naar de toekomst; ze sprankelen, juichen bijna: ' Daarheen, daarheen!' Daarom hou ik van haar uitspraak.
Het gaat niet zomaar, je moet er wel iets voor doen. Toekomst heeft alles met tijd te maken. Als je tijd te kort komt, zou je het advies van Charles Yves moeten opvolgen in zijn lied: ' A Night Song' : 'Best of all the ways to lenghten days is to steal a few hours from the night, my dear.' 'De beste manier om de dag te verlengen is een paar uur van de nacht af te snoepen, liefje.'
Uit ervaring weet ik, dat ik dat niet volhoud. In mijn hevige museumtijd gebeurde het vaak dat ik niet slapen kon. Als het museum door mijn hoofd spookte, sloop ik uit bed. Anton mocht het niet merken, zou me tegenhouden. In die jaren heb ik leren sluipen, de slaapkamer uit en naar de computer in mijn kamer. Het vereist een bepaalde techniek om de deur niet te laten kraken. Mijn handen maken dan tegelijkertijd een tegengestelde beweging. De ene hand duwt de deurkruk omlaag en trekt de gesloten deur dichterbij. De andere hand duwt tegelijk de deur juist weg. Het werkt perfect en geluidloos. Om de deur te sluiten, doe je het precies zo.
Tegenwoordig sluip ik niet zo vaak meer, ik maak me kennelijk niet meer zoveel zorgen.
In de stilte van de nacht kun je ongestoord en geconcentreerd bezig zijn. Geen lawaai, geen telefoon. Ik kan er hevig naar verlangen als ik wakker lig, maar besluit tegenwoordig meestal me verstandig te gedragen. Dan denk ik maar aan Benno, die met zijn vrachtwagen 's avonds en 's nachts door heel Nederland rijdt. Dat is zijn manier om aan de toekomst samen met Mieke te werken. En dan denk ik aan Marius die dertien maanden lang alleen nachtdiensten draaide. Was dat een oefening voor deze jaren, waarin hij tegelijk werkt en studeert voor zijn toekomst? Ik denk ook aan Anton, die af en toe voor zijn werk 's nachts over de snelweg vliegt. Niet voor zijn toekomst, maar gewoon omdat het erbij hoort. Zijn toekomst is de tijd, dat hij dat niet meer hoeft te doen.
We hebben allemaal een ander beeld bij het woord toekomst; we zien allemaal iets anders voor ons als we aan 'later' denken. Zo lang je aan 'later' denkt, ben je jong.
Abonneren op:
Posts (Atom)